home || links
 

 

Gouffre de Morey
© www.nutons.nl

speleologie

foto's van 15-07-2011
foto's van 02-05-2015
video van 02-05-2015
video van 19-08-2019

land tijdsduur moeilijkheidsgraad
Frankrijk 3 uur 2 (uit 5)
streek / regio coördinaten soort route
Doubs x = 305.574 / y = 5228.750 / z = 732m heen en terug
gemeente / dorp lengte benodigde uitrusting
Vercel 550m srt-kit
parkeren maximaal hoogteverschil  
langs de weg -112m  

wegwijzer
In Vercel neem je de D19 richting Loray en volgt die ongeveer 2.800m. Bij de Chapelle de Notre Dames des Malades (links van de weg) kun je parkeren (x = 305,437 / y = 5228,902). Loop zo’n 100m verder langs de weg en ga dan rechts een bospad in. Volg het pad op de eerste splitsing naar links en loop tot je rechts van je de doline ziet, waarin de ingang van de grot zich begint.
 
tocht
De 4 meter diepe ingangsdoline (8x8 m)kun je vrij afklimmen. De grot begint met een licht dalende gang, gevolgd door een lage instortingsgalerij. Je komt in de eerste zaal (15x8 m). De volgende galerij is duidelijk herkenbaar aan de enorme rotsblokken op de grond. Langzaam maar zeker daal je verder af, tot er op een diepte van -50m een beekje verschijnt, dat neerklettert in twee putten (P8 en P10).

Onderaan aangekomen sta je in een flinke zaal, die gevolgd wordt door een steile galerij. Die buigt naar rechts en gaat over in een galerij waar vlakke platen van het plafond naar beneden zijn komen vallen. Je wurmt je tussen wat rotsblokken door en zo kom je in de volgende zaal.

Je bevindt je op –109m en de galerij gaat nu vrijwel horizontaal verder, maar de afmetingen worden gaandeweg kleiner. Je bevindt je in een mini-meander, waar duidelijk zichtbaar wordt dat hier na zware regenval een serieuze beek stroomt. Met een beetje geluk vind je in de overgebleven poelen grotgarnalen. Uiteindelijk kom je bij een sifon op –112m, waar geen doorkomen aan is en dus het einde van de grot betekent.
 
opmerkingen
Hoewel er in de grot vrijwel geen afzettingen te vinden zijn, is zij sportief gezien de moeite waard: vanwege wat klauterpassages en de modder. Trek ongeveer 2½-3 uur uit voor de tocht.

In een droge periode staat er nauwelijks water in de grot, op wat kleine poeltjes na. Het is in zo’n periode moeilijk te zeggen waar zich de eindsifon zou moeten bevinden. Tijdens hoogwater is de grot zeker spectaculairder: in de ingangsdoline stroomt water de grot in en al in het eerste deel van de grot komt overal water uit het plafond en de wanden. Je komt steeds opnieuw in het water en de P8 wordt een heuse douche. Om hier (bijna) droog af te dalen, hang je je touw in als normaal, klimt daarna óf omhoog en daalt vanaf daar door een smalle passage af, óf je volgt het water en hangt achter de waterval met twee spits het touw "anti-crue" uit. De P10 vormt geen probleem, omdat het water niet je abseilpiste volgt.

De grot werd in 1909 door E. Fournier verkend, die de grot met een diepte van -250m schatte. Toen een van de diepste grotten van Frankrijk… In 1964 werd de grot daadwerkelijk in kaart gebracht en toen bleek ze slechts -110m diep te zijn. Na wat wroeten in de sifon, kwam de uiteindelijke diepte op -112m. Een beetje later werd opnieuw gegraven en zo werd een parallel gangetje vrij gelegd, dat evenwijdig aan de mini-meander loopt.
 
materiaal
Om de beide putten af te dalen heb je een srt-kit nodig.

obstakel koord ankers opmerkingen
P8 C15 3sp Bij crue min. 2 extra spits om (vrijwel) droog af te kunnen dalen.
P10 C20 5sp  
totalen 35m 8 karabiners en spitplaten, evt. koordbeschermer